Maatwerk- en vangnetregeling in relatie tot Eigen regie management

Hieronder volgt een korte samenvatting van ontwikkelingen in de arbomarkt vanaf de introductie van de WVP tot aan de Nieuwe Arbowet van 2017

Na de introductie van de WVP begin deze eeuw ontstond er een chaos in arboland en werkgevers werden toenemend ontevreden over de dienstverlening van arbodiensten.
Die hadden net forse tariefsverhogingen doorgevoerd om te kunnen investeren in systemen en mensen om aan de verplichtingen en de termijn bewaking van de WVP te kunnen voldoen.
Die investeringen hadden niet het beoogde effect en het regende boetes van de toezichthouder ( Nu UWV).
In het MKB leidde dit tot de oprichting van casemanagement centers door branches en andere initiatieven die de administratieve bewaking over namen van de arbodiensten waar ze soms wel mee bleven samen werken. Sommige casemanagement of verzuimbedrijven werden later zelf arbodienst.

In het Groot Bedrijf en daar reken ik de Zorg ook onder zag je dat bedrijven de WVP bewaking zelf gingen organiseren middels hun personeelsinformatie systemen en of de eerste moderne verzuimsystemen.
Dat ging vaak beter dan bij de arbodienst. Men trok dus letterlijk de regie naar zicht toe wat een bijkomend voordeel opleverde en dat was dat verzuim niet langer het probleem was van de arbodienst maar van de onderneming zelf ( zoals het wettelijk ook is gedefinieerd).
Veel grote ondernemingen zijn toen begonnen hun arbocontracten aan te passen en te beperken tot de inhuur van professionals.
Arbodiensten hebben zich jaren lang hevig verzet tegen eigen regie omdat dit een bedreiging bleek voor hun verdien model. We zien ook vanaf dat moment hun omzetten dalen.

Die zelfde onvrede over arbodiensten gaf bij een aantal werkgevers organisaties aanleiding om nog eens goed naar de Europese kader richtlijn te kijken die in 1992 aanleiding was voor de introductie van de wet TZ-Arbo.
De juristen kwamen er toen achter dat de EKR door de beleidsmakers van destijds mogelijk verkeerd was geinterpreteerd. Zij vonden dat voor de verplichte aansluiting bij een gecertificeerde arbodienst geen wettige grond aanwezig was omdat de Europese richtlijn er van uit gaat dat een bedrijf in overleg met de medezeggenschap eerst moet kijken wat zijn risico’s op gebied van arbeid en gezondheid zijn om vervolgens zelf te bepalen middels de inzet van terzake kundige professionals hoe deze risico’s kunnen worden geelimineerd.

Dat is dus de basis voor de RIE maar ook voor de inrichting van de arbodienstverlening. De Europese regelgeving vertalend: De werkgever kijkt in overleg met de OR hoe de inzet van interne en externe deskundigen georganiseerd moet worden.
De bedoeling is dat men hier overeenstemming over bereikt. De werkgeversorganisaties hebben hun constateringen voor gelegd aan het Europese Hof van Justitie.
Deze kwam vervolgens tot een uitspraak die de werkgevers in het gelijk stelde. De Europese Commissie heeft vervolgens het Nederlandse kabinet gedwongen de wetgeving aan te passen.
Via een SER advies is toen de nieuwe arbowet van 2005 ontstaan met de Maatwerk en de Vangnet regeling waarmee Nederland weer voldeed aan de uitgangspunten van de EKR.
Deze wet in de wandelgangen ook wel de liberaliserings wet genoemd. En in feite laat de wet het aan de onderneming en OR over waar men de deskundige professionals vandaan haalt bij een gecertificeerde arbodienst, bij een advies of bemiddelingsburo of bij een niet gecertificeerde dienstverlener of via de inhuur van loss zzpers. Vanuit de geest van de EKR bekeken gaan veel deskundigen er vanuit dat de Maatwerkregeling de voorkeur heeft.

Lange tijd werd gedacht dat Maatwerkregeling, niet gecertificeerde arbodienstverleners , inzet van zzpers en het eigen regie model min of meer identieke begrippen waren.
Juridisch is dat zeker niet zo. Er is echter wel een gemeenschappelijke aanleiding en achtergrond.
De arbodiensten aangesloten bij de Oval hebben zich ook jaren lang verzet tegen deze ontwikkeling door Maatwerkdienstverleners te framen.
Hiervoor werd ook het SBCA certificaat in stelling gebracht als kwaliteitskeurmerk.
De markt kreeg echter steeds meer door dat kwaliteit en een afgeleid iso certificaat geen garantie is voor goede dienstverlening en dat is nog steeds zo.

Alle arbodiensten die de laatste jaren niet goed in het nieuws kwamen bezaten een arbocertificaat. Hiermee wil ik niet zeggen dat een kwaliteitssyteem niet nuttig is. Dat geloof ik zeker ook maar je moet vooral kijken naar het systeem en de transparantheid van de dienstverlening en de accountability van professionals. Dat is bij het SBCA certificaat echt een issue.

In de loop der jaren zijn ook een aantal gecertificeerde arbodiensten zich onder druk van de markt gaan toeleggen op het eigen regie model voor een deel van hun klanten.
Tot echte specialisatie kwam het zelden. Vaak bleef men vast houden aan koppel verkoop en provisie afspraken met externe providers.
Sommigen hadden hier hun hele verdienmodel op ge├źnt.
De reden dat grote bedrijven die eigen regie nastreefden weggingen bij grote arbodiensten en overgingen tot inhuur van afzonderlijke professionals was vooral gelegen in de onvrede met deze vaak verborgen verdienmodellen. De crisis heeft het verlangen naar kosten effectiviteit alleen maar verder aangewakkerd. Daarom ziet het arbolandschap er nu heel anders uit dan in het verleden en maken zelfstandige arboprofessionals nu 40-60% uit van het totale aanbod.

Er zit ook een lastige kant aan deze ontwikkeling en dat is de beoordeling van de kwaliteit en de borging daarvan van deze zelfstandige professionals.
Aanvankelijk kozen vooral de beste en meest ondernemende professionals voor het zzpschap.
Aan de inhuur van losse professionals zijn veel voordelen verbonden maar ook een paar nadelen zoals: kwaliteitsborging, acquisitie, contractering en gebruik van systemen.
De opkomst van intermediairs voor zzpers zoals Immediator, VCM en BaxW, BAG heeft hiermee te maken.
Zij faciliteren de zzpers in meer of mindere mate.
De opkomst van de AVG bijvoorbeeld dwingt zelfstandige bedrijfsartsen te werken met iso 27001 gecertificeerde electronische dossiers.

Onder tussen heeft de wetgever ook niet stil gezeten en is de nieuwe arbowet van 2017 van kracht geworden. Hierin wordt aan de werkgever de eis gesteld dat het contacteren van arbodienstverleners aan bepaalde wettelijke minimum eisen moet voldoen ongeacht of men de diensten inkoopt bij verschillende of een enkele aanbieder.
De aanbieders in het ER segment spelen hier ook op in door vraaggestuurd diensten aan te bieden vanuit afzonderlijke transparante contracten.
Je ziet dit dus op gebied van bedrijfsartsen, casemanagement, arbeidsdeskundigen, arbo-kerndeskundigen en PMO’s. In tegenstelling tot full service dienstverleners die meer vanuit een aanbod gestuurd model werken.
De opdrachtgever die werkt volgens het ERM wil over het algemeen zelf kunnen kiezen en zal daarom minder snel zaken doen met een aanbieder die vooral vanuit een full service concept gewend is te werken.

De intorductie van de nieuwe arbowet van 2017 heeft wel tot gevolg dat er materieel eigenlijk geen verschil is tussen Maatwerk en Vangnetregeling. Maar wel tussen eigen regie en het ontzorgmodel.
Het verschil zit hem dus niet in de minimum eisen. Die zijn het zelfde maar in de wijze waarop de diensten worden ingekocht, georganiseerd en aangestuurd.
Het wezenlijke verschil tussen Maatwerk en Vangnet regeling is daarom teruggebracht tot het besluitvormingsproces voorafgaand aan de start van de dienstverlening.
Gaat de werkgever bij de Vangnet regeling met een uitonderhandeld arbocontract uiteindelijk naar de OR om instemming te vragen (conform de WOR) gaat hier bij de maatwerkregeling nog een proces aan vooraf waarbij de werkgever een vertegenwoordiging van de OR meeneemt in de beleidsoverwegingen hoe interne en externe deskundigen in gezet gaan worden, waarbij het doel is overeenstemming te bereiken.
Dit overeenstemmingsprincipe is een essentieel onderdeel van deze arbowetgeving uit 2015. De besluitvorming dient aantoonbaar te zijn door middel van een door directie en OR ondertekend beleidsdocument.